Verschenen recensies

Inmiddels zijn twaalf recensies van mijn proefschrift verschenen:

door A. van der Dussen in Soteria

door G. den Hertog in Zeitschrift für Dialektische Theologie

door B. Loonstra in Ars disputandi

door A. Prosman in De Waarheidsvriend

door A. Goudriaan in In de Waagschaal

door N. den Bok in Kerk en Theologie

door K. Bouman in Kerk in de Stad

door P. Verbaan in Kontekstueel

door G. van den Brink in Theologia Reformata

door R. Mager in De Civitate

door P. Wijnberger in Vox Voetianorum

door S. Hennecke in Theologische Literaturzeitung

Hieronder zijn alle recensies te vinden

20 July 2011
By on 20:35
Proefschrift in de uitverkoop!

Mijn proefschrift 'De relationaliteit van God' (Boekencentrum 2008), een vergelijking en evaluatie van de godsleer van de klassieke gereformeerde theologie van F. Turrettini en de moderne lutherse theologie van E. Jüngel, is nu met grote korting te koop! Van 32,50 voor 10 euro! Alleen via deze website, niet meer via de uitgever of de boekhandel. Je kunt een mailtje sturen naar predikant[at]hervormdmastenbroek.nl

Elders op dit weblog kun je meer informatie over mijn proefschrift vinden: het voorwoord, de inhoudsopgave, de samenvatting, de stellingen, de recensies.

7 May 2011
By on 08:18
Lezing Missioniar kerk-zijn

Woensdag 13 april hield ik een lezing over 'missionair kerk-zijn' op een landelijke conferentie. Verslagen hiervan staan in het Nederlands en Reformatisch Dagblad. Het wordt zaterdag 16 april besproken op de radio. Hier vindt u de volledige tekst van de lezing.Download Lezing missionair kerkzijn 13-4-2011

14 April 2011
By on 09:09
Artikelen

In Christelijk Weekblad verscheen een tekst van mij over de roeping van de kerk vandaag. Het begin:

“Missionaire dadendrang is een doodlopende weg

Over de roeping van een generatie

Missionaire plannen, hoopvolle uitspraken over een nieuwe wind die opsteekt, ze kunnen Willem Maarten Dekker niet overtuigen. Ook waar de kerken twee keer per zondag volzitten, zal Gods oordeel over ons komen, is zijn overtuiging. Wat ons rest is de kerk begraven uit liefde voor God.”

voor het hele artikel, hier te downloaden: Download Over de roeping van een generatie – cw

Er verscheen ook een reactie van dr. Bert de Leede: Download Reactie bert de leede centr weekblad

 

Hieronder nog de titels van een aantal andere publicaties van mij, met mogelijkheid om ze te downloaden:

 ‘Beginnen bij de kus. Eberhard Jüngel blikt terug op 50 jaar theologie’, In de Waagschaal nw jg 39, 3, 28-30 Download Beginnen bij de kus

‘Het tegoed van Origenes’ hermeneutiek’, In de Waagschaal 39, 9, 10-12 Download Het tegoed van Origenes

‘Geloven met het geloof dat je niet hebt. (Recensie-artikel betreffende E. van ’t Slot, ‘Openbaringsnegativisme’, Boekencentrum 2010), In de Waagschaal 39, 11, 12-17 Download Recensie Edward van

‘Wat bedoelen we als we Israël het uitverkoren volk van God noemen?’, Kontekstueel 24, 5, 14-16 Download Verkiezing van Israël, Kontekstueel

‘Jezus, de sneeuw en het nieuwe jaar’ (n.a.v. Lukas 2:21), Ons Kerkblad 64e jg, 1, 1-2

‘Springen als kalveren’ (n.a.v. Maleachi 4:2), Ons Kerkblad 64e jg, 9, 1

‘Het gaat ds. Hendrikse niet om het bestaan van God’, De stentor 27 augustus 2009, p. 15 Download Het gaat ds2 

‘Een geniale anti-filosoof? Alain Badiou over Paulus’, In de Waagschaal nw jg 38, nr 12, p. 12-14

‘Met Alain Badiou in gesprek over Paulus’, In de Waagschaal nw jg 38, nr 13, p. 11-14.

‘Theologie na Pinksteren, of: de denkkracht van de dronkaard’, In de Waagschaal nw jg 38, 8, 24-25

‘Laat die miljoenen jaren toch zwemmen’, Nederlands Dagblad 5 december 2009, p. 9

‘De genezing is begonnen’ (meditatie over Markus 8:22-26), Kerk inde Stad 16e jg nr 10, 9 januari 2009, p. 2

‘Dapper dwaas doen’ (n.a.v. Pred. 11:1), Ons Kerkblad 63e jg, 16, p. 1

Recensie van: E. Jüngel, Erfahrungen mit der Erfahrung, Kerk en theologie jg. 60, 2, 187

‘De onvanzelfsprekende God. De ontdekking van Jüngel en het tegoed van de gereformeerde scholastiek’, In de Waagschaal nw jg 37, nr 8, 26-29

‘Donker en verlaten’ (meditatie n.a.v. Matteüs 27:45-46), Onderweg. Kerkblad van de Protestantse Gemeente Weesp, jg. 9, nr 4, 17 maart 2008, p. 5

‘God is je altijd vooruit’ (meditatie n.a.v. Exodus 33:22-23), Onderweg, Kerkblad van de Protestantse Gemeente Weesp, jg. 9 nr 13, 13 okt. 2008, p. 5

‘De grote stilte. Ingmar Bergman’, In de Waagschaal nw jg 37 nr 13, 10-12 (herdruk van het gelijknamige artikel uit 2007)

‘Tien Geboden volgens Drewermann’ (N.a.v. Eugen Drewermann, De Tien Geboden. Tussen opdracht en wijsheid. Gesprekken met Richard Schneider, Zoetermeer: Meinema 2007, Kerk in de Stad jg. 15 nr 11, p. 2

100 jaar Gereformeerde Bond – 100 jaar Samuel Beckett, in: In de Waagschaal, nieuwe jaargang 35 (2006), 8, 250-253

Geen God zonder Jezus en geen Jezus zonder God. Een herinnering aan Luthers kruistheologie, in: Kontekstueel 20 (2005-2006), 1, 7-10

Gezang 250 – Geloof als geschonken gemis, in: Onderhoud. Vlugschrift voor verkondiging 2 (2005), 8, 3-5

Theologie na de dood van André Hazes, in: Onderhoud. Vlugschrift voor verkondiging 1 (2004), 4, 4-5.

Oost noch west noch zandwoestijn. Meditatie bij de moord op Theo van Gogh, in: In de Waagschaal nieuwe jaargang 33 (2004), 17, 516-520.

 

8 October 2010
By on 13:33
Voorpagina

Welkom op mijn weblog!

Mijn naam is Willem Maarten Dekker. Ik ben theoloog en predikant van de Hervormde gemeente Mastenbroek (zie www.hervormdmastenbroek.nl). Op dit weblog tref je teksten van mijn hand aan, soms eerst elders gepubliceerd, zo nu en dan een preek, etc. In 2008 promoveerde ik op een vergelijkend dogmatisch onderzoek naar de godsleer van de gereformeerde scholastiek en van Eberhard Jüngel. Je kunt hier recensies en andere berichten over mijn proefschrift lezen.

Woensdag 13 april hield ik een lezing over ‘missionair kerk-zijn’ op een landelijke conferentie. Verslagen hiervan staan in het Nederlands en Reformatisch Dagblad. Het wordt zaterdag 16 april besproken op de radio. Hier vindt u de volledige tekst van de lezing.Download Lezing missionair kerkzijn 13-4-2011

 

Hyves adres: http://wmdekker76.hyves.nl/ 

Als je wilt reageren op dit weblog, laat dan hier geen reactie achter (dat kan niet), maar mail me: predikant@hervormdmastenbroek.nl


By on 13:32
Gebeden uit de traditie

Bidden valt de meeste mensen, ook gelovigen, zwaar. In de liturgie wordt nog wel gebeden, maar persoonlijk of in het gezin steeds minder. Dat geldt ook voor kerkmensen, theologen en dominees. De protestantse traditie zet zwaar in op het vrije gebed, en heeft vrijwel alle in de traditie vastgelegde gebeden gebannen uit de liturgie en de persoonlijke bezinning. Dat heeft een diepe zin; het is er namelijk de uitdrukking van dat onze verhouding tot God ten diepste persoonlijk en onvoorspelbaar en dat het gebed, dat een van de intiemste uitdrukkingen is in de omgang met God, daarom nooit een na-praten of een herhalen kan zijn. Als je echter opnieuw of voor het eerste wilt leren bidden, kan het geen kwaad om je in de wereld van het gebed te laten inwijden door de woorden die de kerk daar al eeuwenlang voor gevonden heeft. In die zin wil deze pagina een hulp zijn bij het bidden in de liturgie en thuis. Ik noem een aantal gebeden uit de Bijbel en uit de christelijke traditie.


By on 13:15
Hij droeg onze smerten (J. Revius)

T'en zijn de Joden niet, Heer Jesu, die u cruysten,
Noch die verraderlijck u togen voort gericht,
Noch die versmadelijck u spogen int gesicht,
Noch die u knevelden, en stieten u vol puysten,

T'en zijn de crijchs-luy niet die met haer felle vuysten
Den rietstock hebben of de hamer opgelicht,
Of het vervloecte hout op Golgotha gesticht,
Of over uwen rock tsaem dobbelden en tuyschten:

Ick bent, o Heer, ick bent die u dit heb gedaen,
Ick ben den zwaren boom die u had overlaen,
Ick ben de taaye streng daermee ghy ginct gebonden,

De nagel, en de speer, de geessel die u sloech,
De bloet-bedropen croon die uwen schedel droech:
Want dit is al geschiet, eylaas! om mijne sonden.

9 September 2010
By on 07:36
Hij droeg onze smerten (J. Revius)

T’en zijn de Joden niet, Heer Jesu, die u cruysten,
Noch die verraderlijck u togen voort gericht,
Noch die versmadelijck u spogen int gesicht,
Noch die u knevelden, en stieten u vol puysten,

T’en zijn de crijchs-luy niet die met haer felle vuysten
Den rietstock hebben of de hamer opgelicht,
Of het vervloecte hout op Golgotha gesticht,
Of over uwen rock tsaem dobbelden en tuyschten:

Ick bent, o Heer, ick bent die u dit heb gedaen,
Ick ben den zwaren boom die u had overlaen,
Ick ben de taaye streng daermee ghy ginct gebonden,

De nagel, en de speer, de geessel die u sloech,
De bloet-bedropen croon die uwen schedel droech:
Want dit is al geschiet, eylaas! om mijne sonden.

23 August 2010
By on 19:38
Recensie Soteria (dr. Ad van der Dussen)

De titel en vooral de ondertitel van deze dissertatie zullen menige lezer van Soteria wellicht ontmoedigen. Wordt hier geen theologie bedreven op een zo abstract niveau, dat een gewone werker in de kerk er met een gerust hart aan kan voorbijgaan? Toegegeven: dit is een boek voor studiebollen. Maar als zodanig is het belangrijk en waardevol. Dat het nu pas in deze kolommen besproken wordt, heeft dan ook niets te maken met vermoedens van irrelevantie of met verlegenheid aan de zijde van de recensent. Ik bied de schrijver mijn verontschuldigingen ervoor aan dat ik er nu pas aan toe kom het onder de aandacht van de lezers te brengen. Het belang en de waarde van deze geleerde en knappe studie acht ik tweeërlei. In de eerste plaats biedt Dekker een inleiding in de diepzinnige theologie van Eberhard Jüngel, die ook evangelische christenen veel te denken kan geven. In de tweede plaats wordt hier een thema ontvouwd dat zich in allerlei populaire weergaven van het christelijk geloof een vaste plaats aan het verwerven is: Gods verwevenheid met mensen en met de menselijke geschiedenis. Het boek is opgezet als een vergelijking van twee theologische ontwerpen juist op dit punt. Naast en tegenover Jüngel zet Dekker de 17e-eeuwse Italiaan Francesco Turettini, een vertegenwoordiger van de gereformeerde orthodoxie. Op het eerste gezicht doet deze combinatie vreemd aan. Is dit niet appels met peren vergelijken? De auteur geeft zelf aan dat zijn werkwijze toelichting en rechtvaardiging behoeft, en doet alle moeite die te geven. Hij heeft mij daarin wel overtuigd, al blijf ik vinden dat zijn boek getypeerd kan worden als een inleiding tot het denken van Jüngel. Maar inderdaad: door Jüngel te contrasteren met Turrettini slaagt hij er in, helder en scherp te belichten tot welke omslag het bij de eerstgenoemde komt in het denken over God.

Het boek raakt aan de discussie die is losgemaakt door het pamflet van Klaas Hendrikse, dat deze onder de leus Geloven in een God die niet bestaat de wereld heeft in geslingerd. Is het schandalig en onzinnig om zo over het Godsgeloof te spreken, of zit er iets steekhoudends in de kritiek op de uitspraak 'God bestaat'? Wie dat laatste vermoedt, en tegelijk het geschrift van Hendrikse als stuitend en oppervlakkig ervaart, kan bij Jüngel terecht. Deze zet – geheel anders dan Hendrikse – voor zijn Godsleer in bij de christologie. Voor hem is God ten nauwste verbonden met de mens Jezus, de gekruisigde. Bij deze God past het begrip 'bestaan' niet. Essentieel voor God is dat Hij zichzelf aan ons wegschenkt, in zo heftige mate dat Hij eraan onderdoor gaat. Daarom ook doe je geen recht aan God als je Hem omschrijft als 'het hoogste wezen'. Immers, 'het hoogste wezen' heeft iets onkwetsbaars en onafhankelijks. Het kan wellicht een relatie met ons mensen aangaan, maar wordt door die relatie niet ten diepste gekarakteriseerd. De relatie van God met mensen is dan iets bijkomstigs voor Hem. Dat nu bestrijdt Jüngel. De relatie met mensen is essentieel voor God. Hoe mensen zich tegenover Hem opstellen, raakt Hem in het hart, 'doet' iets met Hem. Zo wordt Gods identiteit gevormd door die relatie en maakt God een ontwikkeling door: de geschiedenis krijgt vat op Hem. Dat alles ligt naar Jüngels inzicht besloten in de uitspraak van Johannes dat God liefde is (1 Johannes 4:8,16). Het is veelbetekenend, dat uit Dekkers onderzoek blijkt dat juist die uitspraak in de theologie van Turettini geen rol speelt (73). Deze ontkent natuurlijk niet dat God de schepping liefheeft, maar hij rekent de liefde niet tot de eigenschappen die Gods wezen karakteriseren. Het spreekt volgens hem niet vanzelf dat God ons liefheeft. God moet iets in zichzelf overwinnen om ons lief te hebben. Als zondige mensen roepen we immers ook zijn toorn op! Het Godsbeeld van Turettini heeft daardoor iets afstandelijks. God is bij hem inderdaad toch meer 'het hoogste wezen', dat in onkwetsbaarheid en onafhankelijkheid ver uitgaat boven de werkelijkheid van ons mensen. Als de onvergankelijke en onveranderlijke wordt Hij door onze geschiedenis dan ook niet wezenlijk geraakt.

In de populaire meningsvorming is de keuze tussen deze twee benaderingen snel gemaakt. Is de menselijke God zoals Jüngel die schetst, ons niet veel sympathieker dan de God die geschetst wordt als het 'volmaakte hoogste wezen'? Dekker maakt duidelijk dat het zo eenvoudig niet is. Zeker, hij heeft forse kritiek op het Godsbeeld van de gereformeerde orthodoxie. Hij noemt het een 'grondfout' dat deze de relatie tussen God en de gekruisigde Jezus niet wezenlijk acht voor God (331). Tegelijk schrijft hij de traditie waarin Turettini staat allerminst af. Hij waardeert daarin de hartstocht waarmee wordt opgekomen voor Gods vrijheid en heiligheid. Jüngel heeft daarvoor wel oog, maar Dekker vraagt zich af of hij er voldoende recht aan doet. Dat is een reden om dit moeilijke boek niet links te laten liggen. Het kan leren om voorzichtigheid en bedachtzaamheid in acht te nemen als we bekoord worden door de populaire gedachte dat God zo door en door menselijk is.

Dat is trouwens niet de enige reden om van Dekkers studie aandachtig kennis te nemen. Wat ik hierboven weergaf is niet meer dan de rode draad die er doorheen loopt. Daaromheen is een tapijt van gedachten geweven waarin heel veel meer aan de orde komt dat aan het denken zet en herkenning geeft. Dat varieert van een evaluatie van de atheïstische levenshouding tot een kritische kanttekening bij de gedachte dat de Islam 'in essentie' dezelfde God aanbidt als de christenen doen.

Zelf heb ik veel opgestoken van de zorgvuldige beschrijving van het verschil tussen een Aristotelische substantie-ontologie en het denken vanuit de relatie. Bijzonder interessant wordt het, wanneer Dekker de vraag stelt of Jüngels theologie niet zo eenzijdig georiënteerd is op een door het atheïsme gedomineerde samenleving, dat ze te weinig de nieuw opkomende religiositeit in rekening brengt. Hij is met deze vraag net wat eerder klaar dan mij lief is, hetgeen ook weer geen wonder is: hier wordt een onderwerp aangeroerd dat buiten het bestek van dit onderzoek valt.

De conclusie is duidelijk: Dekker heeft een inhoudsrijk proefschrift geschreven, dat slechts een beperkte groep lezers zal aantrekken, maar dat indirect voor een veel breder publiek zeggingskracht heeft. Hij toont daarbij zoveel denkkracht, dat ik ervan uit ga dat wij van hem meer belangwekkende bijdragen aan de theologie mogen verwachten.

Soteria juni 2010, p. 57-58

29 June 2010
By on 20:32
Koppig en eerbiedig (Over de roeping van de kerk)

Op het gymnasium las ik de Antigone van Sophokles. Een toneelstuk waarin de gelijknamige hoofdpersoon ervoor kiest om, koppig en eerbiedig, haar broer Polyneikes te begraven. De machthebbers hebben dat verboden, omdat Polyneikes een landverrader zou zijn. Maar Antigone weet dat men de goden meer gehoorzamen moet dan de mensen. Zij weet ook dat zij niet mag nalaten haar broer tot het einde lief te hebben en het laatste voor hem te doen dat ze kan: hem bewaren voor de schande opgevreten te worden door de roofvogels. Het enige dat zij nog kan, maar ook moet doen, is hem fatsoenlijk begraven.

Aan deze tragedie moet ik wel eens denken als ik nadenk over mijn eigen rol als predikant in Nederland, aan het begin van de eenentwintigste eeuw. Het enige dat je als predikant nog kunt, maar ook moet doen, is de kerk in ons land fatsoenlijk ten grave dragen. Voor menige predikant geldt dat haast letterlijk: jaarlijks begraaft hij veel meer mensen dan hij er doopt. In mijn gemeente op de Bible Belt is dat gelukkig anders. Ik verheug mij over de kinderen, de tieners op de catechisaties, de jonge mensen die belijdenis van het geloof afleggen, de kerkdiensten en de kringen. Tot mijn eigen verbazing begin ik sinds ik predikant ben steeds meer te geloven in de kerk als het lichaam van Christus dat, hoezeer verwond en gekruisigd ook, zal blijven bestaan. Wat men ook aan onzinnige reorganisaties verzint, hoe men zich ook overschreeuwt in missionaire vernieuwing en vergaloppeert in theologische toekomstplannetjes – er zal altijd een kerk zijn, omdat de Gekruisigde er altijd zal zijn.

Maar in die toekomstplannetjes geloof ik dus steeds minder. In die zin is de kerk in ons land niet meer te redden. In de Bible Belt is de ontkerkelijking in wezen nog maar net begonnen. Ik denk dat het allemaal nog veel erger zal worden dan in onze bangste dromen. In die situatie maken alle toekomstplannetjes van de PKN en anderen me alleen maar extra moedeloos. Die rekenen zich rijk met een ‘terugkeer van religie’, zonder theologisch ook maar de mogelijkheid te overwegen, of dat ook een afkeer van God zou kunnen zijn. God is terug – dat zie ik ook wel. Maar Hij keert terug als de speelbal van de religie. Hij is het nieuwste speeltje van de postmoderne mens. Deze God roept bij Christus vandaan.

Wat mij deprimeert, is niet in eerste plaats de kerkverlating als zodanig. Het is veeleer de ervaring dat de kerk is opgehouden theologisch over haar eigen verdwijning na te denken. Ooit was er nog de analyse van de secularisatie als ‘Godsverduistering’. Maar we leven in andere tijden. Tegenwoordig heet het een missionaire uitdaging. Ik noem dat de vlucht naar voren. Wat mij betreft staat de hele afbraak van de kerk onder het teken van Jeremia’s Godswoord: ‘wat Ik geplant heb, zal Ik uitrukken, zegt de HERE.’ Dit zijn de dagen waarin het oordeel begint bij het huis van God.

Wat kun je in zo’n toestand nog als predikant? Het oordeel volbrengen. Dat is: God fatsoenlijk ten grave dragen. Laten we dat dan in ieder geval doen. Nietzsche heeft gezegd dat de kerken de begraafplaatsen van God zijn. Op ongedachte wijze heeft hij gelijk. Maar laten we dat dan in ieder geval willen zijn: begraafplaatsen. Fatsoenlijke begraafplaatsen. Fatsoenlijk betekent dan voor mij: trouw blijven aan het Evangelie. Dat is de christelijke koppigheid: in alle fluctuaties van geloof, religie en atheïsme als een ezel zo koppig je hakken in het Evangelie zetten en doorgaan met balken. Men moet Gode nu eenmaal meer gehoorzamen dan de mensen. Ook in de stervensavond dus niet iets anders gaan verkondigen dan het sterven van Christus. In zijn dood is al onze dood, ook die van de kerk, verzwolgen.

Zo is juist het begraven van God het beste dat wij doen kunnen. Daarmee eren wij Hem. Zo hebben wij Hem lief tot het einde. Zoals Antigone. En dan denk ik ook aan die andere Antigone. Jozef van Arimathea. Hij deed het laatste dat voor de Gekruisigde gedaan kon worden, omdat hij Hem tot het einde wilde liefhebben. Hij werd een begraafplaats van God. Tegen de machthebbers in, die de Gekruisigde staatsgevaarlijk vonden. Maar koppig en eerbiedig ging Jozef zijn gang.

Antigone, Jozef van Arimathea: zie daar mijn helden. Hen wil ik volgen. Zo de Here wil en Hij leeft.

(column van mij, verschenen in Christelijk Weekblad, 14 mei 2010)

18 May 2010
By on 10:36